banner

Martini, en zure lucht

Tijdens mijn vlucht naar Chicago zat ik in een exit-seat met veel extra beenruimte. Het was direct achter de businessclasstoiletten. Maar niemand trok zich er iets van aan dat het businessclasstoiletten waren, zodat ik vrijwel de gehele vlucht in de zure lucht zat die de mensen uit de Economy-class in de rij voor het toilet achterlieten.
   Er stonden vooral veel vrouwen in stretchbroeken te wachten.
   Ik heb ooit op een laboratorium gewerkt, waar een meisje elke dag zulk soort broeken droeg. Een ander meisje had de gehele dag stijve tepels die door haar wollen truitje staken. Of ze had potloodstompjes op strategische plekken in haar bh geplakt, dat kan natuurlijk ook. Zo was er met elk meisje op dat lab wel wat.
   Ik had het boek Blauwe maandagen bij me, en las het hoofdstuk Martinimartin, over een jongen die voor een weddenschap twee flessen lauwe Martini drinkt.
   De eerste keer dat ik Martini dronk, was op de middelbare school, tijdens een feest van een klasgenoot. Een paar meisjes wilden dat ik kwam dansen, maar dat weigerde ik. Ik heb me nooit geschaamd voor de woorden die ik schrijf, wel voor mijn lichaam en welke bewegingen dat maakte.
   Wie niet danste, moest Martini drinken. Dat was de enige drank die nog over was.
   Terwijl ik wegvluchtte van de dansvloer, raakte een meisje dat met wilde bewegingen danste, mij met de punt van haar sigaret in de huid vlak onder mijn oog.
   ‘Het spijt me,’ zei ze. Ze kwam naast me zitten en troostte me door me over mijn hoofd te aaien en kusjes te geven. Even dacht ik dat vanavond mijn eerste keer zou zijn, maar aan het eind van de avond ging ze met iemand anders naar huis. Ik ben nog een tijdje verliefd op haar geweest en heb nog drie liefdesbrieven aan haar geschreven, die ik nooit heb verstuurd. Liefdesbrieven dienen niet verstuurd te worden, want de schrijver ervan is blind voor taal en stijl.
   Na tien kusjes trok het meisje me overeind en vroeg: ‘Kom je dansen?’
   Ik schudde mijn hoofd en liep naar de dranktafel om Martini te drinken.
   Eén jongen dronk Martini uit een bekertje waar een sigaret in gedoofd was, en hij slikte per ongeluk de uitgedrukte filter in.
   ‘Die móet je uitkotsen,’ zei iemand, ‘anders ben je morgen doodziek.’
   Ze namen hem mee naar de voortuin, waar ze hem lieten kotsen.
   Een kwartier later stond de politie voor de deur. Een buurtbewoner die zijn hond aan het uitlaten was, had gebeld.
   ‘Was dan ook in de achtertuin gaan kotsen,’ zei iemand tegen de jongen die de peuk had ingeslikt. Maar daar was het nu te laat voor. Het feest was afgelopen, en iedereen moest langs de zure plak kots die in de voortuin lag. Ik goot nog snel een Martini naar binnen, voordat ik mijn jas aantrok en naar huis ging.
   Nu drink ik nooit meer Martini’s. Ze doen er meestal een olijf in. Maar ik zie nog altijd uitgedrukte sigarettenfilters in de Martini drijven.
   In plaats van Martini’s vraag ik de stewardess in het vliegtuig naar Chicago om biertjes.
   De biertjes zijn gratis. Tenminste, de vorige twee. Dit keer komt de norse stewardess mij een biertje brengen die gedurende de hele vlucht iedereen uit de economy class weggejaagd heeft bij het businessclasstoilet. Ze wil er zes dollar voor hebben.
   Zes dollar die in jouw zak verdwijnt, denk ik.
   Het zijn crisistijden, maar die vragen niet automatisch om het belazeren van passagiers.
   Ik betaal, trek het blikje open en denk terug aan dat feest met de Martini. Misschien is iemands hoofd vasthouden tijdens het kotsen wel de diepste vorm van liefde. Ik vraag me af wie in de voortuin het hoofd vastgehouden heeft van die jongen die de peuk had ingeslikt.
   Het meisje dat mijn hoofd ooit vasthield tijdens het kotsen, was smoorverliefd op mij. En ik op haar. Voor een paar maanden althans, daarna werd het snel minder. Een relatie die van kotsen aan elkaar hangt, is gedoemd te mislukken.
   De norse stewardess begint steeds fanatieker te worden in het wegjagen van mensen bij het toilet. Ik maak een proostgebaar met het bierblikje en lach haar vriendelijk toe, want de zure lucht begint langzaam op te trekken. En dat is mij best zes dollar waard.

Steven Verhelst


Do not stand



Vorige columns

De geschiedenis van mijn kaalheid

Zelfhulpgroep

Een dagje Dachau

Zeemeermin

Kangoeroe

Atheïstenbus

Martini, en zure lucht

Planecrash

Solliciteren in Indiana

Een goede dag voor de zweetdruppel

Spijsvertering

Asperges eten in Beieren

Tandarts

Lucifer O'brien

Vertrouw niet op een taxi, vertrouw op jezelf

Met Marcel Maassen naar Napa Valley

Stofzuigers, honden en hernia's

Tomaat

De meest onbetrouwbare klootzakken ter wereld

(Do not stay in) Abbeyfield Guesthouse

www.stevenverhelst.nl


De wereld rond